Kan een robotmaaier overweg met een complexe tuin?
Een vlak gazon is eenvoudig. Een tuin met hellingen, bomen, smalle doorgangen en verschillende niveaus vraagt wat meer denkwerk. Gelukkig betekent een complexe tuin vandaag niet dat je het maaien dan maar zelf moet blijven doen. De juiste robotmaaier kan ook op een uitdagend terrein perfect zelfstandig werken.
Alleen kijk je dan beter verder dan het aantal vierkante meters. Vooral hellingsgraad, grip, doorgangen en de route tussen verschillende gazonzones bepalen of een robot zich vlot door je tuin beweegt.
We leggen uit waar je op moet letten.
Hoe steil is je tuin?
Dit is meestal de eerste vraag. Op de specificaties van een robotmaaier zie je bijvoorbeeld een maximale helling van 40%, 50% of 70%. Dat zijn geen graden. Een helling van 50% betekent dat het terrein over één meter horizontale afstand 50 centimeter stijgt. Dat is ongeveer 26,6°.
Wil je zelf even meten? Helling (%) = hoogteverschil ÷ horizontale afstand × 100
30 centimeter stijging over één meter is dus 30%. Maar kijk niet alleen naar het steilste punt.
Helling midden op het gazon is niet hetzelfde als helling aan de rand
Een robot kan vaak een grotere helling aan in het midden van zijn werkgebied dan vlak bij de grens. Logisch ook. Midden op het gazon hoeft hij vooral grip te houden. Aan de rand moet hij daarnaast kunnen afremmen, keren en opnieuw vertrekken zonder over de grens te glijden.
Een robot die bijvoorbeeld 50% aankan in het werkgebied, kan aan de rand een duidelijk lagere limiet hebben. En dat wordt plots belangrijk wanneer onderaan die helling geen extra gras ligt, maar een terras, bloemperk of vijver. Controleer daarom altijd beide waarden.
Wanneer heb je vierwielaandrijving nodig?
Een licht glooiende tuin? Daarvoor heb je meestal geen AWD nodig. Worden de hellingen langer, steiler of regelmatig nat, dan wordt extra grip interessanter.
Heb je één kort stukje van 30% en is de rest van je tuin vlak? Dan hoef je daarvoor niet meteen de terreinwagen onder de robotmaaiers te kopen.
Kijk liever naar de volledige tuin:
- hoe vaak moet de robot de helling nemen?
- moet hij er ook draaien?
- is de ondergrond vaak vochtig?
- ligt de helling op weg naar het laadstation?
De beste robot is niet degene die de steilste helling aankan, maar degene die je volledige tuin probleemloos aflegt.
Wil je modellen vergelijken op oppervlakte, helling en andere eigenschappen? Lees onze blog.
Smalle doorgangen: kan de robot overal geraken?
Stel: Vooraan heb je 300 m² gras. Achteraan nog eens 500 m². Daartussen ligt een smalle strook naast de woning. Voor jou is dat één tuin. Voor de robot zijn het twee werkgebieden met een verbindingsroute.
Zo'n passage wordt moeilijker wanneer verschillende zaken samenkomen:
- weinig ruimte;
- een scherpe bocht;
- een helling;
- hoge muren of hagen;
- slechte ontvangst bij satellietgestuurde modellen.
Daarom kijken we bij een complexe tuin niet alleen naar waar gemaaid moet worden, maar ook naar hoe de robot daar zelfstandig geraakt. Want aan een robot die zone B perfect kan maaien, maar er niet betrouwbaar geraakt, heb je natuurlijk weinig.
Veel bomen of hoge muren?
Bomen zijn op zich geen probleem. Maar een dicht bladerdak, hoge muren of gebouwen kunnen bij draadloze robotmaaiers de satellietontvangst beïnvloeden.
Hoe belangrijk dat is, hangt sterk af van de tuin. Een open gazon met achteraan één grote boomgroep is iets helemaal anders dan een tuin die bijna volledig onder bomen ligt.
Bij sommige modellen kan cameratechnologie tijdelijk helpen wanneer het satellietsignaal zwakker wordt. Andere systemen kunnen specifieke probleemzones op een andere manier ondersteunen.
Vergeet het laadstation niet
Het laadstation krijgt vaak pas aandacht wanneer de robot al gekozen is. Nochtans moet de robot daar iedere dag opnieuw zelfstandig naartoe kunnen.
Een goede plek is doorgaans:
- minstens 3 meter vrije ruimte om vlot naar het laadstation toe te rijden;
- dicht bij een stroombron;
- relatief vlak;
- niet onmiddellijk na een scherpe bocht;
- niet midden in een moeilijke passage.
Heb je een draadloos systeem? Dan speelt ook de ontvangst op en rond die locatie mee.
Een station helemaal achteraan onder een dicht bladerdak, tussen twee muren en boven op de steilste helling? Misschien esthetisch perfect weggewerkt. Technisch iets minder gezellig.
Niet de grootste tuin is altijd de moeilijkste
Een open gazon van 1.500 m² kan voor een robotmaaier eenvoudiger zijn dan een tuin van 600 m² met twee hellingen, drie zones en een smalle doorgang.
Daarom kijken we bij Dekens niet alleen naar vierkante meters. We kijken naar hoe de robot door je tuin moet bewegen. Kan hij de hellingen aan? Heeft hij voldoende grip? Kan hij alle zones bereiken? En geraakt hij daarna probleemloos terug naar zijn laadstation? Want een goede robotmaaier moet niet alleen kunnen maaien. Hij moet vooral zelfstandig zijn weg blijven vinden.
Klaar om het maaiwerk voorgoed uit handen te geven? Neem vrijblijvend contact op of kom langs in onze showroom. We helpen je graag met advies op maat.